We zouden ieder jaar extra onderwijsgeld moeten krijgen

Hoeveel krijgt je school van de 5,8 miljard euro die het Rijk voor de komende twee jaar heeft gereserveerd voor het wegwerken van achterstanden die door corona zijn ontstaan in het basis- en voortgezet onderwijs? Deze maand werd dat bekend en we vroegen twee directeuren hoe welkom het extra geld is.

„Geweldig”, vindt directeur Evi van der Meer van basisschool De Singel in Leiden. „We moeten er alleen niet aan gewend raken. Want over twee jaar is het er niet meer en zitten we nog steeds met zaken als werkdruk en lerarentekort”, dacht ze er wel bij.

Marlies Otte, directeur van het Bonaventuracollege aan de Mariënpoelstraat in Leiden, heeft vergelijkbare gevoelens bij het extra geld. Al zag ze er, net als Van der Meer, een toekomstgerichte oplossing bij. „Zorgen dat je als school beter gaat functioneren. Daar heeft de school en zijn leerlingen na die twee jaar ook wat aan.”

Zo krijgen alle docenten op het ’Bona’ een training didactisch coachen. Daarbij leren ze hoe ze er, als echte coaches, voor kunnen zorgen dat leerlingen zichzelf gaan verbeteren. Bijvoorbeeld door, wanneer een toets het probleem is, mee te kijken hoe er wordt geleerd en of dat niet anders kan.

Ook op De Singel worden leraren bijgeschoold, deels door collega’s. Zo wordt er voor het lerarenkorps tijd vrijgemaakt zodat meesters en juffen elkaars lessen kunnen bijwonen. „Om elkaar te coachen, maar ook om er wat van op te steken. Zo van: hoe pak jij begrijpend lezen aan?”, meldt Van der Meer. „Want we kunnen wel van alles inkopen, maar uit allerlei onderzoeken blijkt juist dat de leerkracht centraal staat. Die moet goed lesgeven. Dan zijn de resultaten beter en leren kinderen beter. En dus investeren we daar graag in, ook met het oog op de toekomt.”

Leuke dingen

Met het extra geld uit Den Haag mogen scholen leerachterstanden aanpakken – of, in de woorden van Otte: ’vertragingen’. Ze mogen eveneens wat doen aan de ’sociaal emotionele ontwikkeling’ en activiteiten die zijn ’gericht op het welbevinden’.

Die brede bestemming juichen beide directeuren toe. Zo kwam op beide scholen naar voren dat veel leerlingen het sociale aspect van school enorm hebben gemist in coronatijden.

Het ’weer leuke dingen doen’, zoals Otte dat noemt. „En dat doén we nu al. Zo hadden we een soort zeskamp op het plein voor alle vierde klassen om je lekker even uit te leven.” Ook waren er tripjes naar Duinrell en Texel of nog weer andere extra activiteiten om leerlingen ’het gevoel te geven dat ze er weer mogen zijn’. En voor eindexamenkandidaten, die vorig jaar hun examenreis misliepen en dit jaar hun eindfeest, was er een groot strandfeest met barbecue.

„En we blijven ook volgend jaar extra veel leuke dingen doen. Zo hebben we besloten dat we, omdat we dit jaar niet op reis konden met vier havo en vijf vwo, we dat volgend jaar inhalen met vijf havo en zes vwo. Voor de herinneringen die je graag aan je middelbare school hebt, maar ook vanuit onze overtuiging dat blije leerlingen beter leren. We blijven ditmaal alleen wel in Nederland.”

Verder krijgen mentoren meer uren met hun klas, zodat ze ook wat meer met afzonderlijke leerlingen kunnen praten. Bijvoorbeeld om te kijken wat ze extra nodig hebben: „Dat kan twee keer in de week een stukje wandelen zijn, zodat de leerling zijn ei kwijt kan. Het kan ook mindfulness zijn. De ervaring na corona leert dat het heel erg kan variëren waar leerlingen mee worstelen. Sommigen hebben faalangst gekregen. Anderen vonden het spannend om weer naar school te gaan.”

En het mooie is: niet alle deskundigheid hoeft te worden ingehuurd. Er is namelijk brede deskundigheid in huis. Wat te denken bijvoorbeeld van een leraar Engels die ook neuropsychologie heeft gedaan en een wiskundeleraar die tevens orthopedagoog is?

Op De Singel zagen leerkrachten wat ook leerlingen zelf aangaven: het ’welbevinden’ was minder; het aardig doen, samenwerken en ervaringen delen. Ook doordat leerlingen elkaar soms tijden niet in het echt hadden gezien en groepen opnieuw moest worden gevormd, waren er meer ruzietjes en conflicten die ’lastiger op te lossen waren’. „Niet schrikbarend hoor; ze zaten niet in de lamellen”, meldt de directeur. „Maar als leerkracht moest je er wel vaker bij komen. Dingen gingen minder vanzelf.”

ZZ Leiden

Om leerlingen op een leuke manier op het juiste spoor te krijgen en minder ’primair te laten reageren’, gaan de groepen 6, 7 en 8 een project doen met basketbalclub ZZ Leiden. Zo leren ze, door lessen in de klas en lekker basketballend in de sporthal, hoe ver ze kunnen komen met sportiviteit, teamwork, acceptatie en respect (STAR-methode). Ouders worden er eveneens bij betrokken, zodat de methode thuis net zo goed kan werken.

Met haar collega’s merkte ze dat er gezinnen waren voor wie de periode waarin kinderen vaker thuis waren ’extra moeilijk is geweest’. „Er werd iets van ouders verwacht, maar die konden dat niet altijd bieden. Óf doordat ze de taal niet goed beheersen óf doordat ze niet goed weten hoe dat te doen. Ook waren er ouders die zich zorgen maakten over hun eigen gezondheid of die van familieleden en het voortbestaan van hun werk. Terwijl andere gezinnen fluitend door de periode zijn heengegaan.”

Volgens het leerlingvolgsysteem, dat wordt gevoed door Citotoetsen, week het niveau na corona ’niet schrikbarend’ af van wat verwacht had mogen worden. Sterker nog, er waren ook kinderen die ’duidelijk opgebloeid waren in een rustige omgeving’.

Andere leerlingen hebben volgens Van der Meer duidelijk de ondersteuning van de school nodig. Neem leerlingen die in een ’meertalige omgeving’ opgroeien en ’minder input hebben gehad van de Nederlandse taal’: bij hen was duidelijk verschil te zien bij lezen en ’mondelinge taalontwikkeling’. De school, die voor taalontwikkeling al was begonnen met een traject met een onderwijsadviseur, zet dat dus voort.

Door de ’extra handen’ die zijn ingehuurd, kan er meer worden gelezen met de kinderen die dat nodig hebben. Ook kunnen teksten al voor de les goed worden doorgenomen.

Motivatie

Het ’Bona’ zag eveneens verschillen als het gaat om leren. „En dat had soms ook met motivatie te maken”, meldt Otte. Op de vraag waar haar school aan gaat werken, klinkt dan ook vaak: „Maatwerk.” Dan kan bij leren zijn, maar ook als het aankomt op ’motivatie-activiteiten’.

En laat maatwerk nu net zijn wat het ’Bona’ al voor corona wilde leveren. „Bijvoorbeeld qua tempo, dat je eerder je diploma kunt halen. Of dat je extra vakken erbij neemt, die je deels zelfstandig doet. met een kort moment met de docent voor instructie of feedback.”

Het bijzondere daarbij is dat oud-leerlingen, die nu studeren, er een rol bij kunnen spelen. Zij gaan namelijk werken als klassen-assistenten, ook om klassen kleiner te kunnen maken, waardoor er meer aandacht is voor individuele leerlingen. Otte: „In september vorig jaar is dat zo’n beetje begonnen. Omdat ook zij thuis moesten blijven en hun baantjes vaak niet doorgingen, begonnen zij bijles te geven aan de onderbouw. Omdat dat zo’n succes was, willen we dat uitbreiden naar de bovenbouw. Er zullen iedere dag twee oud-leerlingen aanwezig zijn op school. En wat je bij sommigen merkt, is dat ze het zo leuk vinden dat ze inmiddels het onderwijs in willen. Ook wordt voor ondersteunende examentrainingen opnieuw samengewerkt met SSL, al zaten onze examenresultaten ver boven het landelijk gemiddelde.”

De school dankt dat voor een groot deel aan de beslissing om examenleerlingen en docenten ’samen in het Scheltema-complex neer te zetten’ in de aanloop naar het examen. „Zo konden ze zich vanuit hun bubbel helemaal focussen op wat ze moesten doen. Er was ook alle tijd voor lessen, trainen en bijspijkeren. Je zou dat het voordeel van de achterstand kunnen noemen: dat je intensief aan de gang gaat.”

In coronatijd waren er door de tijd heen drie soorten onderwijs: helemaal digitaal, helemaal op school en een tussenvorm waarbij een leraar klas en beeldscherm moest bedienen. Hoewel leerlingen aangaven dat ze de tussenvorm niet vonden werken – omdat de leraar zijn aandacht dan moest verdelen – wil de school toch verder gaan met digitaal onderwijs naast de klassikale variant. „Bijvoorbeeld in de vorm van instructiefilmpjes die leerlingen kunnen raadplegen op momenten dat ze eraan toe zijn.”

Depressieve klachten

Hoe blij ze ook is met het extra geld, ze blijft moeite hebben met de periode van twee jaar. „Je krijgt ook kinderen binnen van basisscholen en je weet niet goed hóe je ze binnen krijgt. Er zijn nu meer kinderen met depressieve of andere psychische problemen. Daar kun je geen tijdslot op zetten. Je zegt niet tegen een kind dat het over één of twee jaar weer helemaal goed moet gaan.”

„We moeten niet verwachten dat met dit geld alles wordt recht gebreid”, vindt Van der Meer. „Je moet ook bedenken dat problematieken toenemen op bepaalde scholen – onder meer op de onze. Ook wij zien dat er soms meerdere problemen spelen: taal, thuissituatie, het niet goed kunnen ondersteunen van je kind. Dat heeft allemaal invloed op het leren. Van het onderwijs wordt verwacht dat we er een antwoord op hebben. Terwijl wij een onderwijsinstelling zijn die leerlingen moet leren lezen, rekenen en schrijven, kennis van de wereld meegeven, doen aan culturele en lichamelijke vorming, wordt er steeds meer op ons bordje gelegd. Het zou mooi zijn als wordt gezien hoe hard er wordt gewerkt en dat er meer moet worden geïnvesteerd in onderwijs, zodat we genoeg geld hebben om de goede dingen voor onze kinderen en voor de toekomst van Nederland te doen. Want zij moeten het later gaan doen.”

Uiteenlopend

Hoeveel een school extra per leerling van het Rijk krijgt, loopt nogal uiteen.

De Singel krijgt per leerling circa vijfhonderd euro extra, omdat een flink deel van de populatie grote kans op achterstanden heeft volgens statistici van het CBS. ’Bona Mariënpoel’ moet het zo’n beetje met de zevenhonderd per leerling doen die als basis geldt bij het Nationaal Programma Onderwijs. En dat heeft volgens directeur Otte ook te maken met de schooltypes op haar school: havo en vwo. „Bij het vmbo is er sprake van extra geld.”

Het betekent: jaarlijks een kleine tweehonderdduizend euro voor de 183 leerlingen tellende Singelschool en een kleine zes ton voor het Bonaventuracollege in het eerste jaar. Het tweede jaar zal dat iets minder zijn.

Bron: Leidsch Dagblad.

Goed leren

We werken elke dag aan meer dan gewoon goed onderwijs voor leerlingen van 4 t/m 18 jaar. Leren gaat altijd door en wordt gevoed door nieuwsgierigheid. Die nieuwsgierigheid willen we uitlokken en stimuleren.

Goed leven

Op onze scholen gaan kennisontwikkeling en sociale en morele vorming hand in hand. Vertrouwen, solidariteit en verwondering zijn kernwaarden uit de Bijbelverhalen. Deze kernwaarden hebben een plek op al onze scholen.

Goed samenleven

Leren en leven kun je niet alleen. Dat doe je samen met de mensen om je heen. Omgaan met elkaar, met de ander, je verbonden weten met het grotere geheel, met de natuur: het maakt elke dag deel uit van het onderwijs in onze scholen.